Jure.nl Rechtspraak, Jurisprudentie, Rechterlijke uitspraken online
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Soort procedure:
Zaaknummer:
Instantie:

Inhoudsindicatie:

Herziening. Veroordeling t.z.v. feitelijke aanranding van de eerbaarheid. Aangevoerd wordt dat hetgeen aangever heeft verklaard “feitelijk onmogelijk” en onjuist is, terwijl opmerkingen worden gemaakt over de conclusies die het Hof heeft verbonden aan de resultaten van het onderzoek naar DNA-sporen. Van hetgeen in de aanvraag wordt aangevoerd kan niet worden gezegd dat het Hof daarmee niet bekend was. Bovendien strookt het aantreffen van andere lichaamscellen dan spermacellen met het bewezenverklaarde in de mond nemen van het geslachtsdeel van aangever. Aanvraag is kennelijk ongegrond. Vervolg op 12/04009 (niet gepubliceerd).

Uitspraak



16 mei 2017

Strafkamer

nr. S 17/00381 H

DAZ

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op een aanvraag tot herziening van een in kracht van gewijsde gegaan arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 14 juni 2012, nummer 22/004204-11, ingediend door I.A. Groenendijk, advocaat te 's-Gravenhage, namens:

[aanvrager] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1951.

1 De uitspraak waarvan herziening is gevraagd

Het Hof heeft in hoger beroep – met vernietiging van een vonnis van de Rechtbank Rotterdam van 6 september 2011 - de aanvrager ter zake van "feitelijke aanranding van de eerbaarheid" veroordeeld tot een gevangenisstraf van drie jaren. Voorts heeft het Hof gelast dat de aanvrager ter beschikking wordt gesteld en van overheidswege zal worden verpleegd.

2 De aanvraag tot herziening

De aanvraag tot herziening is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

3 Bewezenverklaring en bewijsvoering

3.1.

Ten laste van de aanvrager is bewezenverklaard dat:

"hij op 09 september 2009 in Nederland, door geweld en andere feitelijkheden [slachtoffer], heeft gedwongen tot het dulden van ontuchtige handelingen, namelijk het

- vastpakken en/of vasthouden en/of heen en weer trekken van het geslachtsdeel van [slachtoffer] door hem, verdachte en

- in de mond nemen van en/of likken aan het geslachtsdeel van [slachtoffer] door hem, verdachte,

waarbij het geweld en andere feitelijkheden hebben bestaan uit het

- vastpakken en/of vasthouden van [slachtoffer] en

- (onverhoeds) naar beneden trekken van de broek van [slachtoffer] en

- op de grond duwen van [slachtoffer]."

3.2.1.

De bewezenverklaring steunt onder meer op de bij de politie afgelegde verklaring van de aangever [slachtoffer], voor zover inhoudende:

"Ik heb [aanvrager] via de buurman van [A] leren kennen. [aanvrager] heet [achternaam] van zijn achternaam. [aanvrager] vroeg een keer aan mij of i k mee wilde met het trainen van honden. Vorige week heeft [aanvrager] mijn geboortedatum, telefoonnummer en adres genoteerd omdat hij me dan kon bereiken en i n verband met de belastingdienst. Ik moest van [aanvrager] later in de week in mijn nakie rond gaan zwemmen omdat ik drenkeling moest spelen. Ik wilde dat niet en zei dat ook tegen [aanvrager]. [aanvrager] zei dat we een contract hadden en dat ik mij daaraan moest houden. Ik had dat contract wel gezien maar niet goed doorgelezen. Dat contract lag in de auto die door de politie in beslag is genomen. Het was een handgeschreven contract.

Afgelopen woensdag 9 september was ik met [aanvrager] om

20.00

uur in een bos bij Brielle. [aanvrager] wilde rondlopen in het donker. We kwamen bij een plek en daar deed hij het. Ik vond het niet goed wat [aanvrager] bij mij deed. Ik wilde het echt niet. Ik heb tegengestribbeld. Hij had me vast. Het gebeurde liggend, we lagen allebei. Ik lag op mijn rug. [aanvrager] zei dat ik het tegen niemand mocht zeggen.

U zegt mij dat die politievrouw op papier heeft gezet wat ik tegen haar gezegd heb. U zegt mij dat ik tegen die vrouw heb gezegd dat [aanvrager] mijn piemel in zijn mond heeft gedaan en mij heeft afgetrokken. Ja, dat heeft hij gedaan. [aanvrager] moet hebben geweten dat ik het niet wilde, omdat ik dat gezegd heb. [aanvrager] deed mijn spijkerbroek uit tot op mijn bovenbeen. Hij trok in één beweging mijn onderbroek naar beneden, tot dezelfde hoogte als mijn spijkerbroek. Dit gebeurde terwijl wij nog stonden. Daarna duwde [aanvrager] mij op de grond, zodat ik op mijn rug kwam liggen."

3.2.2.

Voorts heeft het Hof een gevoerd bewijsverweer als volgt samengevat en verworpen:

"Namens de verdachte is (...) aangevoerd dat het DNA-onderzoek onvolledig is en derhalve niet als bewijs kan dienen. Door het openbaar ministerie is geen antwoord gegeven met betrekking tot de vraag hoe het komt dat er meerdere DNA-profielen zijn aangetroffen, zonder dat daar een logische verklaring voor is.

Door de verdachte is ter terechtzitting in eerste aanleg en in hoger beroep een alternatief scenario geschetst voor de aanwezigheid van zijn DNA op twee plaatsen op de schacht van de penis [slachtoffer] en aan de binnenzijde van de onderbroek van [slachtoffer]. Zo heeft de verdachte verklaard dat hij omdat hij last heeft van droge handen, op zijn handen heeft gespuwd, hij hierna [slachtoffer] een hand heeft gegeven, waarna [slachtoffer] eventueel een sanitaire stop zou hebben gemaakt, waarbij het DNA van de verdachte op de penis en aan de binnenkant van de onderbroek van [slachtoffer] terecht is gekomen.

Voornoemd scenario is naar het oordeel van het hof onaannemelijk, nu uit niets blijkt dat [slachtoffer] inderdaad een sanitaire stop heeft gemaakt en dit scenario dus geen steun vindt in de overige zich in het dossier bevindende wettige bewijsmiddelen. Daarnaast kan Uit de omstandigheid dat er op de eikel [slachtoffer] geen bruikbaar DNA spoor is aangetroffen niet worden afgeleid dat er geen sprake is geweest van pijpen. De overige sporen wijzen daar immers wel op."

4 Beoordeling van de aanvraag

4.1.

Als grondslag voor een herziening kan, voor zover hier van belang, krachtens het eerste lid aanhef en onder c van art. 457 Sv slechts dienen een door bescheiden gestaafd gegeven dat bij het onderzoek op de terechtzitting aan de rechter niet bekend was en dat het ernstige vermoeden wekt dat indien dit gegeven bekend zou zijn geweest, het onderzoek van de zaak zou hebben geleid hetzij tot een vrijspraak van de gewezen verdachte, hetzij tot een ontslag van alle rechtsvervolging, hetzij tot de niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie, hetzij tot de toepassing van een minder zware strafbepaling.

4.2.

De Hoge Raad begrijpt de aanvraag aldus dat deze allereerst steunt op de stelling dat hetgeen de aangever [slachtoffer] heeft verklaard "feitelijk onmogelijk" is en onjuist is. Nu de aanvraag daartoe verwijst naar stukken van het dossier van de strafzaak en naar stellingen die reeds ter terechtzitting zijn betrokken, kan niet worden gezegd dat het Hof niet bekend was met het thans aangevoerde.

4.3.

In de tweede plaats worden in de aanvraag opmerkingen gemaakt over de conclusies die het Hof heeft verbonden aan de resultaten van het onderzoek naar DNA-sporen. In dat verband wordt aangevoerd dat op het geslachtsdeel van de aangever andere lichaamscellen dan spermacellen zijn aangetroffen, van zowel de aangever als de aanvrager. Ook deze opmerkingen kunnen niet een ernstig vermoeden wekken als hiervoor onder 4.1 vermeld. Blijkens zijn hiervoor onder 3.2.2 weergegeven bewijsoverweging was het Hof bekend met het aantreffen van meerdere DNA-profielen. Verder strookt het aantreffen van andere lichaamscellen dan spermacellen met het bewezenverklaarde in de mond nemen van het geslachtsdeel van de aangever. Hetgeen, ten slotte, als alternatieve verklaring voor het aantreffen van DNA-sporen van de aanvrager wordt aangevoerd, was blijkens voormelde bewijsoverweging het Hof reeds bekend.

4.4.

Uit hetgeen hiervoor is overwogen vloeit voort dat de aanvraag kennelijk ongegrond is, zodat als volgt moet worden beslist.

5 Beslissing

De Hoge Raad wijst de aanvraag tot herziening af.

Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman en E.S.G.N.A.I. van de Griend, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 16 mei 2017.


Juridisch advies nodig?

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag


naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature